Result ADR

Communicatie in conflict

Wat Watzlawick ons leert over samenwerken, misverstaan en oplossen

Gebaseerd op: Paul Watzlawick, Janet Beavin Bavelas & Don D. Jackson, Pragmatics of Human Communication (1967, W.W. Norton & Company, New York)

Door Felix Merks, Result ADR

  • 29-4-2026

  • 4

Waarom communicatietheorie hoort bij conflictoplossing

Conflicten op de werkvloer, in bestuurskamers of tussen zakelijke partners lijken op het eerste gezicht te gaan over inhoud: een verstoorde samenwerking, een omstreden besluit, een verschil van inzicht over strategie. Maar wie beter kijkt, ziet iets anders. Vrijwel altijd draait het conflict ook, en soms uitsluitend, om de manier waarop mensen met elkaar communiceren. Om wat er tussen de woorden in zit. Om wie wat bédoelt en wie wat hoort. Om patronen die zich herhalen, zonder dat iemand ze bewust kiest.

Nergens is dit inzicht zo helder en zo invloedrijk verwoord als in het baanbrekende werk van Paul Watzlawick, Janet Beavin Bavelas en Don D. Jackson: Pragmatics of Human Communication, verschenen in 1967 bij het Mental Research Institute in Palo Alto, Californië. Dit boek heeft de communicatiewetenschappen, de psychotherapie en de organisatiepsychologie blijvend veranderd. En het levert, zestig jaar later, nog altijd directe inzichten voor iedereen die betrokken is bij conflictoplossing: mediators, HR-directeuren, bedrijfsjuristen, leidinggevenden en bestuurders.

In dit artikel vatten wij de kernideeën van Watzlawick c.s. samen en laten wij zien hoe zij direct aansluiten op de praktijk van mediation, bindend advies en andere vormen van Alternative Dispute Resolution (ADR). Want wie begrijpt hoe communicatie werkt, begrijpt ook hoe conflicten ontstaan en hoe zij opgelost kunnen worden.

1. De pragmatische benadering: gedrag ís communicatie

Watzlawick en zijn collega’s vertrekken vanuit een verrassend eenvoudig maar verstrekkend uitgangspunt: communicatie is niet alleen wat mensen zeggen. Communicatie omvat al het gedrag dat mensen in elkaars aanwezigheid vertonen. En gedrag, zo stellen zij, heeft geen tegendeel. Je kunt niet niet communiceren.

Je kunt niet ‘niets doen’ in aanwezigheid van een ander. Zwijgen is communiceren. Wegkijken is communiceren. Een vergadering verlaten is communiceren. Elk gedrag heeft een boodschapwaarde.

Dit inzicht heeft directe betekenis voor de conflictpraktijk. Wanneer een partij in een mediation stilzwijgend in een hoek zit, of consequent de vragen van de andere partij ontwiijkt, of demonstratief de armen over elkaar slaat: dat is allemaal communicatie. Het zijn boodschappen die de andere partij ontvangt en interpreteert, of zij dat nu willen of niet.

Voor mediators betekent dit: er is altijd informatie beschikbaar. Het gaat erom die informatie te lezen, niet alleen de woorden op tafel, maar ook de toon, de houding, de stiltes en de patronen. Voor leidinggevenden en HR-professionals betekent het dat ook het negeren van een conflict een boodschap is: aan de betrokkenen, aan het team, aan de organisatie als geheel.

2. Inhoud en betrekking: de twee niveaus van elke boodschap

Een van de meest bruikbare inzichten van Watzlawick c.s. is het onderscheid tussen twee niveaus die aanwezig zijn in elke communicatieve uiting: het inhoudsniveau en het betrekkingsniveau.

Het inhoudsniveau betreft de feitelijke informatie die wordt overgedragen: de feiten, de argumenten, de voorstellen, de eisen. Dit is de zichtbare, expliciete laag van communicatie.

Het betrekkingsniveau betreft de relatie die gelijktijdig met de inhoud wordt gecommuniceerd: hoe de zender zichzelf ziet ten opzichte van de ontvanger, hoeveel respect, gezag of gelijkwaardigheid hij of zij communiceert. Dit niveau is vaak impliciet, maar bepaalt in hoge mate hóe de inhoud wordt ontvangen.

Watzlawick formuleert het zo: het betrekkingsniveau is een metacommunicatie over de inhoud. Het geeft context aan de boodschap. En wanneer betrekking en inhoud niet overeenstemmen, ontstaan er problemen.

Denk aan een leidinggevende die tegen een medewerker zegt: „Natuurlijk mag jij dit besluit mede nemen.” Op inhoudsniveau klinkt dit als een uitnodiging tot participatie. Maar als de toon neerbuigend is, de formulering afstandelijk en de context er een is van aanhoudende micropesterij, dan communiceert het betrekkingsniveau iets heel anders: jij hoort hier niet thuis, jij bent niet gelijkwaardig aan mij. De ontvanger reageert dan niet op de woorden, maar op de betrekking. En terecht.

In conflictsituaties speelt dit tweeniveau model een centrale rol. Wat partijen zeggen te willen (inhoud) en wat zij werkelijk communiceren over de verhouding (betrekking) lopen vaak ver uiteen. Een vordering van tienduizend euro kan op inhoudsniveau gaan over schadevergoeding, maar op betrekkingsniveau kan zij zeggen: u heeft mij niet serieus genomen, en nu moet u dat erkennen. Wie alleen onderhandelt op inhoudsniveau, mist het conflict dat er écht toe doet.

Ervaren mediators weten dit intuïtief. Zij werken niet alleen aan de oplossing, maar aan het herstel van de relatie. Zij zorgen dat partijen zich gehoord voelen op betrekkingsniveau, vóórdat er inhoudelijke overeenstemming kan worden bereikt. De communicatietheorie van Watzlawick verklaart waarom deze volgorde zo wezenlijk is.

3. Symmetrie en complementariteit: wie bepaalt de verhouding?

Watzlawick c.s. beschrijven twee fundamentele patronen in de manier waarop betrekkingen tussen mensen kunnen zijn georganiseerd: symmetrische en complementaire interactie.

Symmetrische interactie is gebaseerd op gelijkheid. Beide partijen spiegelen elkaars gedrag. Als de ene partij haar stem verheft, doet de andere dat ook. Als de ene partij een claim indient, dient de andere er ook een in. Symmetrie heeft als kracht dat zij gelijkwaardigheid tot uitdrukking brengt. Haar risico is escalatie: de symmetrische opgaande spiraal waarbij beide partijen steeds harder, steeds gróter en steeds onverzoenlijker worden.

Complementaire interactie is gebaseerd op verschil. De een is actief, de ander passief; de een geeft, de ander ontvangt; de een leidt, de ander volgt. Complementariteit heeft als kracht dat zij stabiliteit biedt en róllen duidelijk verdeelt. Haar risico is rigiditeit: wanneer de posities te ver uit elkaar groeien, kan de ‘lagere’ partij het gevoel krijgen volledig genegeerd te worden.

In de praktijk van alledaagse conflicten zijn beide patronen herkenbaar. Arbeidsconflicten tussen gelijkwaardige collega’s escaleren vaak via symmetrische spiralen: het ene incident lokt het andere uit, de verhoudingen verharden, totdat niemand meer weet wie ooit begonnen is. Conflicten tussen een werkgever en een werknemer hebben daarentegen vaak een complementair karakter, waarbij de machtsonbalans een eerlijke oplossing in de weg staat.

Het herkennen van dit patroon is de eerste stap naar doorbreking ervan. Een mediator die ziet dat een symmetrische escalatie gaande is, kan bewust interventies inzetten die de patroonherhaling onderbreken: partijen apart nemen, het tempo verlagen, de agenda veranderen. Een arbiter of bindend adviseur kan juist de machtsonbalans adresseren door helder gezag te tonen en gelijkwaardige behandeling te garanderen.

4. Interpunctie: wie begon het conflict eigenlijk?

Een van de meest praktisch bruikbare concepten uit Pragmatics of Human Communication is het begrip interpunctie. Watzlawick c.s. gebruiken dit om een fenomeen te beschrijven dat iedereen die met conflicten werkt herkent: de kip-en-ei discussie over wie begonnen is.

Communicatie is een doorlopende stroom van gebeurtenissen. Er is geen objectief begin en geen objectief einde. Maar elke deelnemer aan een interactie interpuncteert die stroom vanuit zijn of haar eigen perspectief: hij of zij bepaalt welk moment het beginpunt is, en dus wie de veroorzaker is en wie de reageerder.

Partij A zegt: ik trek mij terug omdat jij zo aanvallend bent. Partij B zegt: ik ben aanvallend omdat jij je altijd terugtrekt. Beide beschrijvingen zijn subjectief wáár, maar ze leiden tot een onoplosbare cirkel.

In conflicten uit dit interpunctiemechanisme zich als het hardnekkige gevoel van elke partij dat zij het slachtoffer is en de ander de dader. Beiden hebben vanuit hun eigen interpunctie gelijk. En toch leidt dit wederzijdse gelijkheid tot een patstelling die zonder externe interventie zelden wordt doorbroken.

De oplossing is niet te bepalen wie er ‘echt’ begonnen is, dat is in circulaire systemen een zinloze vraag. De oplossing is het patroon zelf zichtbaar te maken en bespreekbaar. Precies dat is wat een goed geleide mediation doet: de mediator helpt partijen om de cirkel te zien in plaats van er blind in rond te draaien. Zodra beide partijen het patroon herkennen, is er ruimte voor een andere keuze.

Voor HR-directeuren en leidinggevenden die te maken krijgen met langdurige conflicten in teams, is dit inzicht goud waard. De vraag ‘wie heeft het gedaan?’ is vrijwel altijd minder productief dan de vraag: ‘welk patroon herhalen wij hier samen, en hoe kunnen wij het doorbreken?’

5. Digitale en analoge communicatie: woorden en lichaam

Watzlawick c.s. introduceren een onderscheid dat in de communicatiewetenschap inmiddels klassiek is geworden: het verschil tussen digitale en analoge communicatie.

Digitale communicatie is talig en arbitrair: woorden hebben geen natuurlijke gelijkenis met de dingen die zij aanduiden. Het woord ‘contract’ lijkt op geen enkele manier op een contract. Digitale communicatie is precies, ondubbelzinnig en uitermate geschikt voor het overdragen van complexe, feitelijke informatie.

Analoge communicatie is non-verbaal: gebaren, gezichtsuitdrukkingen, intonatie, lichaamshouding, ruimtelijke afstand. Analoge communicatie is ouder dan taal, evolutionair ingebakken en bij uitstek geschikt voor het uitdrukken van emotie, relatie en intentie. Zij is echter ook ambigu: een glimlach kan welwillend zijn of smalend, een stilte kan respect uitdrukken of minachting.

In de praktijk van conflictoplossing is dit onderscheid cruciaal. Partijen communiceren voortdurend op beide kanalen tegelijkertijd, maar de inhoudelijke onderhandeling speelt zich bijna uitsluitend af op het digitale niveau. Wat er op het analoge kanaal gebeurt, wordt zelden benoemd — maar het bepaalt in hoge mate hoe de digitale boodschappen binnenkomen.

Een partij die met gekruiste armen en neergeslagen ogen aan tafel zit, terwijl zij verbaal beweert open te staan voor een oplossing, communiceert tegenstrijdige boodschappen. De ontvanger weet niet welk kanaal hij moet geloven en ervaart een gevoel van onbetrouwbaarheid of manipulatie, zonder goed te kunnen zeggen waarom. Dit is een directe bron van wantrouwen en verdere escalatie.

Mediators zijn getraind om beide kanalen te lezen en, waar nodig, het analoge niveau bespreekbaar te maken. Zij doen dat voorzichtig en respectvol, maar zij doen het. Want zolang het non-verbale signaal niet benoemd wordt, blijft het een verstoring die de digitale onderhandeling ondermijnt.

6. Symmetrische escalatie en de kracht van de eerste stap naar de-escalatie

Een van de meest praktisch relevante inzichten van Watzlawick c.s. voor de wereld van conflictmanagement is de beschrijving van de symmetrische escalatiespiraal. In veel zakelijke conflicten, aandeelhoudersgeschillen, samenwerkingsconflicten, fusieperikelen, arbeidsrechtelijke zaken, is dit patroon herkenbaar: partijen reageren elkaars gedrag en verhogen voortdurend de inzet.

Watzlawick c.s. laten zien dat dit geen kwestie is van slechte wil of irrationeel gedrag. Het is de logica van het systeem. Elk afzonderlijk gedrag van elke partij is vanuit hun eigen perspectief begrijpelijk, zelfs rationeel. Het zijn de interacties tezamen die een escalerend patroon vormen dat geen van de partijen individueel heeft gekozen of gewild.

Dit heeft een directe implicatie voor de timing van ADR-interventies. Hoe langer een symmetrische escalatiespiraal voortduurt, hoe meer energie erin geïnvesteerd is, hoe moeilijker het is om er vrijwillig uit te stappen, want de eerste partij die de-escaleert, lijkt toe te geven. De drempel voor de-escalatie stijgt met elke ronde.

Precies hier ligt de waarde van een neutrale derde partij. Een mediator, bindend adviseur of arbiter maakt het mogelijk dat partijen de spiraal verlaten zonder gezichtsverlies. De interventie van een derde neutraliseert het ‘zero sum’ karakter van de de-escalatie: het is niet langer de ene partij die toegeeft aan de andere, maar beide partijen die samen kiezen voor een andere aanpak.

Voor bestuurders en bedrijfsjuristen is dit een helder argument voor vroegtijdige inzet van mediation. Elke maand die verstrijkt in een escalerend conflict heeft niet alleen directe kosten, in tijd, energie en juridische bijstand, maar maakt de spiraal ook harder te doorbreken. De vraag is niet of een mediation interventie werkt, maar wanneer het wordt ingezet.

7. Pathologische communicatiepatronen: wanneer communicatie zichzelf in stand houdt

Watzlawick c.s. besteden uitgebreid aandacht aan wat zij disfunctionele of pathologische communicatiepatronen noemen: patronen die zich herhalen, die alle betrokkenen ongelukkig maken, maar die niettemin voortbestaan. Zij zijn geïnteresseerd in de vraag: waarom veranderen mensen niet, ook wanneer zij weten dat hun patroon hen schaadt?

Het antwoord ligt, zo betogen zij, in de systeemlogica van de communicatie zelf. Elk patroon heeft een eigenlogica die het in stand houdt. Een systeem dat geprogrammeerd is op het vermijden van conflict, zal elk signaal dat op conflict lijkt, wegfilteren of herinterpreteren als iets anders. Zo kunnen problemen decennialang onder de oppervlakte blijven, totdat zij exploderen in een crisis die niemand zag aankomen, maar die door iedereen gevoeld werd.

In organisaties ziet dit er zo uit: teams die nooit echt communiceren over de onderstroom, de verhoudingen, de loyaliteiten, de machtsstructuren, de onuitgesproken verwachtingen, maar die altijd de schijn van harmonie ophouden. Totdat iemand vertrekt, of een fusie de kaarten husselt, of een crisis de situatie op scherp zet.

De bijdrage van mediation in dit verband is niet alleen het oplossen van het acute conflict, maar het bieden van een gestructureerde setting waarin het disfunctionele patroon zichtbaar en bespreekbaar wordt gemaakt. Mediation is, in termen van Watzlawick c.s., een interventie op het niveau van de communicatieregels van het systeem: niet alleen het conflict oplossen, maar het patroon doorbreken dat het conflict heeft gegenereerd.

Conclusie: communicatiewetenschap als fundament voor mediation

Het werk van Watzlawick, Beavin en Jackson is in 1967 geschreven als een bijdrage aan de communicatiewetenschap en de systeemtherapie. Maar de inzichten die zij formuleerden zijn tijdloos en universeel toepasbaar, juist omdat zij beschrijven hoe mensen in alle tijden en alle contexten met elkaar communiceren, misverstaan en in conflict raken.

Voor de praktijk van Alternative Dispute Resolution zijn vijf inzichten bijzonder waardevol:

  • Je kunt niet niet communiceren — ook zwijgen, vermijden en negeren zijn boodschappen die worden ontvangen en geïnterpreteerd.

  • Elk gesprek heeft een inhoud én een betrekkingsniveau — wie alleen onderhandelt over de inhoud, mist het conflict dat er werkelijk toe doet.

  • Interpunctie is subjectief — elke partij heeft haar eigen versie van wie begonnen is; de mediator helpt om het patroon te zien in plaats van de schuldvraag te beantwoorden.

  • Digitale en analoge communicatie kunnen tegenstrijdig zijn — non-verbale signalen ondermijnen of versterken de verbale boodschap; beide niveaus verdienen aandacht.

  • Escalatiespiralen hebben een eigen logica — hoe eerder een neutrale derde wordt ingeschakeld, hoe groter de kans op een duurzame oplossing.

Result ADR brengt deze kennis in de praktijk. In onze mediations werken wij niet alleen aan de juridische of feitelijke oplossing van een conflict. Wij werken aan de communicatiepatronen die het conflict in stand houden. Want een overeenkomst die niet gedragen wordt door begrip voor de relatie, is een overeenkomst die opnieuw zal knellen.

Wie meer wil weten over hoe communicatietheorie wordt toegepast in onze praktijk, of wie overweegt mediation in te zetten voor een actueel vraagstuk, is van harte welkom voor een vrijblijvend gesprek met een van onze specialisten.

Haal voordeel uit je conflict

Result ADR heeft de tools en expertise in huis om conflict in goede banen te leiden. We maken graag off- of online kennis. Bel ons of laat je gegevens achter en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Result ADR, de juiste keuze

90% slagingspercentage
Altijd een gratis oriëntatiegesprek
5 tot 6 weken doorlooptijd

Vul je gegevens in

form.disclaimer

* form.requiredFields